Herdenking Anton de Kom 2026
Het programma zag er als volgt uit:
Inloop
Met koffie en muziek van Mi Dushi.
Aanvang 19:00
Toespraken van:
- Burgemeester Ton Heerts van Apeldoorn
- Hildegard Braam namens Amnesty International Apeldoorn
- Raoul de Jong, auteur, columnist en programmamaker
Muzikaal intermezzo door Kate Moraa
19:45
Kranslegging bij het graf van Anton de Kom
Toespraak Raoul de Jong
Ik was achtentwintig toen Anton de Kom voor het eerst op mijn pad kwam. Kort nadat ik, voor het eerst in mijn leven, mijn Surinaamse vader had ontmoet. Achtentwintig jaar lang was mijn vader geen vader geweest. En toch bleek er van alles van hem in mij te zitten. En als dat zo was, begreep ik, dan zat er ook iets in mij van zijn vader. En van diens vader. En van alle vaders daarvoor. Een van hen, vertelde mijn vader, was een wintipriester. Een tot slaaf gemaakte medicijnman, die zich — volgens de verhalen —kon veranderen in een jaguar.
Mijn vader zei:
laat die krachten met rust.
En nam daarna zijn telefoon niet meer op.
Dus ging ik zelf op onderzoek uit. Ik zocht naar een schrijver die leek op mij en op mijn vader. Iemand die zijn stem had gebruikt om te vertellen hoe de geschiedenis van Suriname eruitzag
voor mensen zoals wij.
Het was 2012.
In een grote boekwinkel in Rotterdam werd mij verteld dat zulke schrijvers niet bestonden. “Misschien in Amerika,” zeiden ze. “Niet hier.” Dus zocht ik door. En uiteindelijk vond ik hem. Achterin een bibliotheek. Op een plankje waar je alleen komt als je al weet dat je daar moet zijn.
Het boek heette *Wij slaven van Suriname*.
De schrijver: Anton de Kom.
In drie dagen las ik het uit. Het vertelde mij een geschiedenis die ik nooit eerder had gehoord. Niet op school. Niet op televisie. Niet in de krant. Een geschiedenis die niet alleen van Suriname is —
maar ook van Nederland. Een geschiedenis die je nodig hebt om te begrijpen in wat voor land we werkelijk leven.
Ik las over mensen zoals mijn voorouders. Mensen die werden ontvoerd. Verplaatst.
Verhandeld. En gedwongen om te werken voor de rijkdom van anderen. Maar in die duisternis wees Anton naar het licht. Hij liet zien dat er altijd verzet is geweest. Dat er altijd mensen zijn geweest die opstonden. Die, zelfs in de meest onmenselijke omstandigheden, mens bleven. Die manieren vonden om vrij te zijn, toen al hun vrijheid hen werd afgenomen.
Door Anton begreep ik:
Ik stam niet af van slaven, ik stam af van mensen die altijd bleven vechten, van jaguars.
En dat is waarom ik besta.
Het werd me ook duidelijk waarom ik zo lang naar Anton had moeten zoeken.Tijdens zijn leven
deden de machten die het voor het zeggen hadden er alles aan om ervoor te zorgen dat zijn stem niet werd gehoord. Hij werd gevolgd. Gepest. Verbannen. Opgesloten. En toch — toen Nederland bezet werd —koos hij ervoor om zich aan te sluiten bij het verzet.
In 1945 stierf hij in een concentratiekamp.
Elf dagen voor de bevrijding.
Maar het is een vergissing om te denken dat dat is waar zijn verhaal stopte.
Generaties later werd zijn werk herontdekt. Gedeeld. Doorgegeven. En in 2020 werd zijn werk opnieuw massaal gelezen. Zesentachtig jaar nadat hij het schreef, stond Wij slaven van Suriname
in de bestsellerlijst.
Zoals Anton dat zelf zei, in zijn korte verhaal Tjiboe:
‘De tuin moet gekapt, gesnoeid, geschoren worden, onduleren niet te vergeten. Er mag geen tak of blaadje laat staan een boom scheef groeien. Orde en regelmaat moet er zijn.
En toch zijn er planten en bloemen die er maling aan hebben. Ze lachen de tuinman uit en groeien zoals moeder- natuur ze geleerd heeft.’
Op de lange termijn zijn lachende planten, sterker dan de schaar van de tuinman.
Kijk maar, hier staan we. Ze hebben Anton niet geknakt.
Het heeft wel degelijk zin: Om zelf te blijven nadenken. Om trouw te blijven aan onze menselijkheid. Om niet weg te kijken van wat er werkelijk is. Om, tussen alle keuzes die we krijgen, te kiezen voor de weg die leidt naar het licht. Ook als dat niet de makkelijkste weg is.
Want kijk om je heen.
Hier
staan we.
Eén mens kan het verhaal veranderen.
Foto’s























Over de herdenking
Op 24 april, de sterfdag van Anton de Kom, vindt jaarlijks een herdenking plaats op het Nationaal Ereveld Loenen. De plek waar hij begraven ligt.
De herdenking is een burgerinitiatief, in samenwerking met de gemeente Apeldoorn, de Anton de Kom Stichting, de Oorlogsgravenstichting en NiNsee. Iedereen die Anton de Kom wil eren is welkom.
